A+ A A-

1-1 RI

 

Opgericht: 

04 juni 1945 te Zuid Laren
Vertrek naar Engeland: 01 januari 1946 (Wokingham)
Vertrek naar Indië: 25 januari 1946  a/b "Nieuw Amsterdam"
Aankomst  op Malakka: 19 februari 1946 (Chaah)
Aankomst in Indië: 20 maart 1946 Soerabaja
Toegevoegd aan: T.T.C. Oost-Java, T.T.C. Noord Sumatra, ingedeeld bij X-Brigade (A-divisie), Z-Brigade
Actiegebied(en): Soerabaja, Medan, Tandjong Balai, Seriboe Dolok, Tigaras
Commandant: Lkol M.W. Rombout  04-06-1945/23-09-1948
Gerepatrieerd: 30-08-1948 a/b "Zuiderkruis"
Aankomst te Rotterdam: 23-09-1948
Omgekomen: 24 man
Bijnaam:

'Bataljon Drenthe'

Literatuur: 

Bataljons Courant
De Witte Ram
Twee jaar 1-1 R.I
Ter herinnering aan Uw verblijf op Sumatra 1-1 R.I

Het OVW-bataljon 1-1 R.I. was samengesteld uit BS'ers van het Gewest Drente, waardoor het de bijnaam kreeg 'Drents Bataljon'. Als embleem werd toen een ramskop gekozen wat relateerd aan het Drentse heideschaap en dus de regionale herkomst van het Bataljon aangeeft.

 

Het embleem is afgeleid  van het mouwembleem van de 26th Indian Division. Het bataljon heeft voornoemde Indian Division op Noord-Sumatra afgelost en kwam zodoende in contact met het embleem.

Het OVW-bataljon 1-1 RI is voortgekomen uit de Binnenlandse Strijdkrachten van gewest 3, Drenthe. Na de opleiding werd het bataljon tijdelijk ingedeeld bij de mijnopruimingsdienst te Bergen op Zoom. Via Engeland, waar het bataljon werd voorzien van de noodzakelijke uitrusting, vertrok het naar Indië. Daar de bevelhebber van het South East Asia Command (SEAC), de admiraal Mountbatten, vanaf 2 november 1945 een landingsverbod op Java en Sumatra voor Nederlandse troepen had ingesteld werd er uitgeweken naar Malakka. Dit verbod is in maart 1946 opgeheven.

Na aankomst te Soerabaja werd het bataljon ingezet bij de stadsbewaking en nam het na enkele weken de posten over van de Brits Indische troepen aan de Wonokromo-linie en de oostelijke kustflank met o.a. posten te Tambakoso en Berbek.

Op 2 november werd het bataljon overgebracht naar Medan op Noord-Sumatra. Direct na aankomst, op 13 november, nam het de stellingen over van de Brits Indische troepen aan de Serdangweg in het oosten van Medan, waar infiltraties en beschietingen dagelijks voorkwamen. Op 2 januari 1947 nam het bataljon deel aan een actie waarbij de posten van de Z-Brigade verder naar het zuiden werden verplaatst. Meerdere acties volgden zoals op 14 januari, samen met Inf.IV.KNIL en 3-3 RI naar Sempali Estate dat op 16 maart blijvend werd bezet. Op 15 februari viel de TNI bij een grootscheepse aanval over het gehele front de posten te Kota Masoen (steenfabriek) en Kampong Baroe aan. In maart werd de patrouilleactiviteit verhoogd door de berichten dat de onderhandelingen met de Republiek (Linggadjati) zouden mislukken.

Tijdens de 1e politionele actie, op 21 juli 1947, bezette het bataljon Arnhemia en zuiverde het gebied tussen Arnhemia, Deli Toean en Medan. De 1e cie bleef te Medan als reserve. In de nacht van 23 op 24 juli kwam het kampement in Arnhemia onder zwaar vuur te liggen. Gelukkig vielen er geen doden, maar het bataljon had twee zwaar en enkele lichtgewonden te incasseren. Na enkele dagen werd het bataljon teruggetrokken op Medan. Op 28 juli trok het gehele bataljon op naar Tandjong Morawa en bereikte het op 31 juli Tebing Tinggi, dat reeds door Inf.VI.KNIL was bezet. Op 4 augustus, de laatste actiedag, bezette het bataljon het 110 km verderop gelegen Tandjong Balai.

Na de 1e politionele actie bleef het bataljon gelegerd in het gebied rond Tandjong Balai. Heel augustus werd het bataljon over zee bevoorraad, daar de verbindingen met Medan over land volledig waren afgesneden. De vele patrouilles, op de wegen naar PoelauRadja, TandjongTiram en Benoet werden veelvuldig beschoten. Op 1 september kon het bataljon weer over de weg bevoorraad worden. Ook beveiligde het bataljon diverse ondernemingen, zoals PoelauMandi, Hessa en Nijkerk, alwaar er posten gevestigd werden.

Begin oktober werd het bataljon gelegerd te Medan en Belawan en vertrok op 16 oktober naar het nieuwe bataljonsvak, de hoogvlakte langs het Tobameer dat een verzamelplaats bleek te zijn van allerlei gewapende strijdgroepen. Dit gebied lag tussen de vakken in van Inf.IV.Knil en Inf.VI.Knil. (tussen Merek en P.Siantar). Nadat de vebindingswegen weer opengelegd zijn moest het omliggende gebied gezuiverd worden. Het bataljon had  o.a. posten te SeriboeDolok, Goenoeng Meriah, Haranggoal en Tigaras. Na een verblijf van zeven maanden werd het bataljon afgelost en gelegerd in het Uniekamp te Belawan in afwachting van de repatriëring.

Social Media

   

Laatst Online

  • Gersje
  • p.postmus@live.nl
  • Martin

Zoeken

Gebruikers Online

We hebben 14 gasten en geen leden online

Totaal Bezoekers

Artikelen bekeken hits
197123